//
u leest nu...
Oosterweel

Persbericht stRaten-generaal – Foute eindconclusie in ontwerp-MER Oosterweelverbinding als gevolg van slordige redactie

2 december 2013

Overname verkeerde tabel en conclusie uit twee deelrapporten leidt tot aantoonbaar foutieve eindconclusie in milieueffectenrapport

Meccanotracé daardoor ten onrechte in negatief daglicht geplaatst tijdens voorbarige perslunch van 8 november ll.

Perslunch kwam er op vraag van politieke kabinetten (Vlaamse regering), die vóór verspreiding van ontwerp-MER sturing wilden geven aan perceptie van MER-resultaten – nooit eerder werd over een voorlopig MER een persconferentie georganiseerd

Journalisten die vroegen of ze ontwerp-MER zelf mochten inkijken werden wandelen gestuurd

stRaten-generaal hekelt deze gang van zaken en eist – gelet op de brede media-aandacht die de foute eindconclusie eerder kreeg, waardoor bij de publieke opinie ten onrechte negatieve percepties zijn gecreëerd over de ruimtelijke impact van het Meccanotracé – een publiek statement door de dienst MER, voorafgaand aan het geplande parlementaire debat van 5 december en de publieke infoavond van 12 december

 

Op maandag 18 november ll. schreef stRaten-generaal aan de dienst MER:

In het ontwerp-MER dat op 8 november ll. aan de diverse adviesorganen is bezorgd – en waarvan wij als insprekers van een van de alternatieven niet verondersteld zijn de inhoud te kennen, ondanks evaluerende communicatie erover in de pers door de makers van het MER, onder auspiciën van de provinciegouverneur en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel – blijkt de eindconclusie voor de cluster van ruimtelijke disciplines te zijn gebaseerd op een reeks van rapport-interne fouten die niet voor interpretatie vatbaar zijn, waardoor voor minstens twee van de vijf disciplines de correlatie tussen de betreffende deelrapporten en het eindrapport niet kloppen.

Lectuur van die deelrapporten leerde dat de eerste media-berichtgeving over wat in het ontwerp-MER stond niet klopte. We hebben het dan niet over mogelijke interpretatiebetwistingen van wat in het MER-rapport staat, wel over aantoonbare discrepantie tussen inhouden van deelrapporten en het eindrapport, over rapport-interne fouten dus. Kwalitatieve beoordelingen gemaakt in deelrapport 13 ‘synthese en conclusies’ blijken minstens voor twee van de vijf ruimtelijke disciplines niet in overeenstemming met de cijfermatige inhoud van de desbetreffende deelrapporten voor de disciplines, en dit telkens in het nadeel van het Meccanotracé.

We staan stil bij twee van die discrepanties.

1. deelrapport 7 ‘fauna en flora’

In de tabel op p.59 van dat deelrapport haalt het Meccanotracé een score van – 3,5, waarmee het voor deze discipline een tweede plaats haalt en net iets minder goed scoort dan het best scorende alternatief ‘centrale tunnel’ (-3). De Oosterweelverbinding haalt -5,5. In de overzichtstabel op p.45 van het deelrapport 13 ‘synthese en conclusies’ krijgt het Meccanotracé voor de discipline fauna en flora echter verkeerdelijk een eindscore van -6 toebedeeld, wat op p.55 van dit deelrapport leidt tot de conclusie dat voor deze belangrijke discipline enkel het scenario met een tweede Kennedytunnel ‘nog iets slechter’ scoort dan de Meccano. Bij overname van de correcte cijferreeks uit het deelrapport scoort het Meccanotracé merkelijk beter dan de Oosterweelverbinding, maar in het eindrapport wordt verkeerdelijk het tegenovergestelde beweerd.

Afgaand op de concrete berekeningen van de globale scores in de tabellen blijkt de -3,5 voor het Meccanotracé overigens zelfs nog te hoog gecalculeerd. Zo worden voor een eerste kolom (impact ecotoopinname) de effectscores 2 x (0), 2 x (-) en 2 x (–) verrekend tot een globale score van (-/–) in plaats van (-). Ook in andere kolommen is een vreemde afronding naar boven vast te stellen.

2. deelrapport 9 ‘mens ruimtelijke aspecten’

Op p.34 van dit deelrapport lezen we:

In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de effectbeoordeling per effectgroep en dit voor de verschillende basistracés en hun varianten. Hieruit blijkt dat er slechts beperkte verschillen zijn tussen de verschillende alternatieven. We beschouwen de discipline mens-ruimtelijke aspecten dan ook niet als onderscheidend.

In het deelrapport 13 ‘synthese en conclusies’ (p.55) blijkt deze discipline echter plots wel onderscheidend en wordt het Meccano-alternatief voor deze discipline zonder verdere duiding als het ‘meest negatieve’ scenario vermeld. De auteurs van het deelrapport en het eindrapport spreken elkaar hier opnieuw tegen.

Op basis van deze rapport-interne fouten kreeg het Meccano-alternatief in het deelrapport 13 én tijdens de perslunch verkeerdelijk de laatste plaats toebedeeld voor de cluster van ruimtelijke disciplines. Bij correcte overname van cijferreeksen en kwalitatieve conclusies uit alle deelrapporten eindigt het Meccanotracé helemaal niet als laatste, laat staan dat het ‘uitgesproken’ (deelrapport 13 p.73) als laatste zou eindigen. Eerder blijkt dan sprake van een gedeelde plaats voor de Oosterweelverbinding en het Meccanotracé, gelet op de volgende nieuwe eindbalans: twee deelrapporten met conclusie ‘niet onderscheidend’ (oppervlaktewater en ruimtelijke aspecten), twee deelrapporten die telkens of Oosterweel (bodem en grondwater) of Meccano (fauna en flora) een significant minder negatieve score geven, en één deelrapport (landschap en erfgoed) waarbij beide alternatieven aan mekaar gewaagd zijn.

Finaal beseffen de auteurs van het deelrapport 13 synthese en conclusies dat ook, wanneer ze op p.56 schrijven: ‘Er moet daarbij wel benadrukt worden dat de verschillen tussen de alternatieven doorgaans beperkt zijn. Dat blijkt o.a. uit de vaak geringe verschillen tussen de gesommeerde scores per discipline’. Deze vaststelling in combinatie met het doorvoeren van de cijfermatige correcties voor twee van de vijf disciplines kan onmogelijk tot het eindoordeel ‘uitgesproken laatste plaats’ voor het Meccanotracé leiden. Toch is dat de (verkeerde) eindconclusie die wordt vastgelegd in de indicatieve rangschikking en de erbij horende visuele eindtabel. Die eindconclusie werd op 8 november ll. ook meegegeven aan het verzamelde perskorps.

Voor de meeste lezers van het MER-rapport – incluis een groot aantal beleidsvoerders en journalisten – zullen deze rangschikking en deze tabel ongetwijfeld de belangrijkste leidraad zijn om zich een beeld te vormen van de ‘einduitslag’ op het vlak van de ruimtelijke disciplines (de andere disciplines zijn ‘mobiliteit’ en ‘leefbaarheid’). De vele honderden bladzijden van de deelrapporten zullen ze niet doornemen. Precies daarom is het ontbreken van de gemelde coherentie tussen de deelrapporten en het eindrapport, met als gevolg verkeerde eindconclusies en een misleidende synthese, onaanvaardbaar in een milieueffectenrapport. En zeker in een ontwerp-MER waarover een perslunch wordt georganiseerd die tot stemmingmakerij over een alternatief leidt (of leiden moet).

Hier stelt zich nu een viervoudig probleem:

1. op 8 november ontvingen de diverse adviesorganen een ontwerprapport dat fundamenteel foutieve informatie bevat in het nadeel een van de alternatieven, wat de kwaliteit van de advisering zal beïnvloeden. Een deel van de aandacht van de adviesraden moet immers gaan naar het corrigeren van inconsistenties in het rapport, vooraleer zich te kunnen uitspreken over correcte toepassing van richtlijnen, kennislacunes, enzovoort. Gelet op de zeer krappe tijd die de adviesraden kregen voor de advisering (minder dan vier weken), is dit een ernstig manco.

2. over dat aantoonbaar foutieve ontwerprapport is een perslunch georganiseerd die bij pers en publieke opinie onrechtmatig een indruk van voldongen feiten creëerde ten voordele van het regeringsproject, ofwel de Oosterweelverbinding. Een krant titelde zelfs: ‘Nog weinig obstakels voor de regering’. Als gedupeerde insprekers van een alternatief is het erg frustrerend om dit mee te maken.

3. er wordt een parlementair debat georganiseerd (5 december) op basis van dit foutieve ontwerprapport. Hoe kan in godsnaam sprake zijn van een correcte gedachtewisseling in een dergelijke context?

4. er wordt een publieke infoavond voorzien (12 december) over deze versie van het rapport.

stRaten-generaal vraagt daarom uitdrukkelijk aan de dienst MER om over de gestelde problemen duidelijke uitspraken te doen, en dit voorafgaand aan het parlementaire debat en de infoavond. Het is niet correct om een perslunch te organiseren over een inhoudelijk aantoonbaar verkeerd ontwerp-MER, daarmee verkeerde percepties te creëren bij de publieke opinie en zijn volksvertegenwoordigers, om vervolgens bij tijdige en ons inziens niet-weerlegbare melding van relevante fouten ten nadele van één alternatief te doen alsof er niets aan de hand is.

Nogmaals, het gaat hier niet om kennislacunes, subjectieve evaluaties, ongelijke beoordelingswijzen of het arbitraire karakter van effectscores. Ook die ontsieren dit ontwerp-MER, veelal in het nadeel van het Meccanotracé. Of wat te denken van een score ‘matig tot significant negatief’ voor inname van 15 hectare Noordkasteel bij de Oosterweelverbinding en een score ‘significant negatief’ voor inname van 0,25 hectare (ofwel 1/60ste daarvan) Oude Landen bij het Meccanotracé? Het betreft in beide gevallen ‘biologisch waardevolle tot zeer waardevolle ecotopen’, blijkens het rapport, maar de inname van een gebied van een half voetbalveld groot weegt voor een alternatief blijkbaar zwaarder door dan het kappen van de helft van het Noordkasteel bij een regeringsproject. Of wat te denken van de frappante ongelijkheid in scores voor de impact op de Scheldeboorden? Voor zowel de Oosterweelverbinding als het Meccanotracé wordt 7 hectare ecotoopinname van de oevers gecalculeerd, waarbij het om identieke ecotopen gaat, maar opnieuw krijgt het Meccanotracé hier een score ‘significant negatief’, terwijl dezelfde impact bij de Oosterweelverbinding leidt tot een score ‘verwaarloosbaar tot significant negatief’. Enzovoort.

Dit soort willekeur bij het toekennen van scores is nefast voor het serieux van een MER. We komen daar ongetwijfeld later op terug. Maar in dit persbericht ligt de focus op de foutieve vertaling van scores en conclusies uit deelrapporten naar het eindrapport, dit telkens in het nadeel van het Meccanotracé. Deze vaststelling vormt op zich al voldoende reden om aan de dienst MER een publiek statement te vragen over het huidige statuut van het ontwerp-MER en de omgang daarmee.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe, voor stRaten-generaal

 

 

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: